Kunstgeschiedenis. Architectuurlezing in restaurant van golfbaan het Rijk van Nijmegen

17 april 2024 (14:30 - 16:30 uur)

Lezing 3 – Architectuur: het nuttige en het aangename. Hollands classicisme en machtige neostijlen

Vanwege de grote invloed van het protestantisme (Calvinisme) in de Noordelijke Nederlanden, zijn er in ons land weinig tot geen voorbeelden van barokarchitectuur. Daarom springen wij voor het vervolg van deze lezingenreeks naar het classicisme. Classicistische gebouwen kun je herkennen aan de symmetrische voorgevel en indeling, met duidelijke verwijzingen naar de klassieke tempels: pilasters en een driehoekig tympaan. Architecten Jacob van Campen en Pieter Post zijn sleutelfiguren in het ontstaan van het classicisme in Nederland. Van Campens ontwerp van het nieuwe Paleis op de Dam bezorgde hem wereldfaam. Vanaf z’n 20e verbleef hij een tijd in Italië en raakte aldaar geïnspireerd door de bouwwerken van Andrea Palladio. Terug in Nederland combineerde hij de Italiaanse bouwstijl met de hier gebruikelijke baksteenbouw. Samen met Pieter Post ontwierp hij het Mauritshuis en Huis Ten Bosch.

Door de industriële revolutie waren de technische en maatschappelijke ontwikkelingen groot. De architecten hadden in de eerste helft van de 19e eeuw echter weinig oog voor de nieuwe mogelijkheden. Zij bleven maatverhoudingen, vormen en decoraties gebruiken van stijlen uit het verleden: classicisme, gotiek, romaans. Soms gebruikte men elementen uit verschillende stijlen door elkaar, daarom wordt de tijd van de neostijlen vaak eclecticisme genoemd. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw beginnen ingenieurs (de nieuwe architecten?) te bouwen met nieuwe materialen, zoals gietijzer en glas. Door het gebruik van geprefabriceerde onderdelen kon men niet alleen sneller, maar ook goedkoper bouwen. Naast voorbeelden uit Nederland, kijken we ook naar – al dan niet nog bestaande – projecten in het buitenland, zoals het Crystal Palace en de Eiffeltoren.

Nathalie Mantel.